Alcohol, drugs en sommige medicijnen beïnvloeden je rijgedrag. Voor ervaren bestuurders geldt een wettelijke grens van 0,5 promille; voor beginnende bestuurders (de eerste 5 jaar) is dit 0,2 promille. Drugs in het verkeer zijn verboden.
Op het examen krijg je vragen over de gevolgen van alcohol en drugs en over wat is toegestaan. Oefen hieronder met voorbeeldvragen over dit onderwerp.
Oefenvraag 1 · Alcohol en drugs
Wat zijn de negatieve lichamelijke en geestelijke gevolgen van alcohol en verkeer?
- A. Je ziet minder en reageert later.
- B. Je ziet minder, reageert later en je kunt zich slechter concentreren.
- C. Je ziet minder, reageert later, je kunt zich slechter concentreren en je denkt nog prima te kunnen rijden.
Bekijk het juiste antwoord en de uitleg
Juiste antwoord: C. Je ziet minder, reageert later, je kunt zich slechter concentreren en je denkt nog prima te kunnen rijden.
Uitleg: Je ziet minder, reageert later, je kunt zich slechter concentreren en je denkt nog prima te kunnen rijden.
Oefenvraag 3 · Alcohol en drugs
Welke onderzoeken kunnen op het politiebureau plaatsvinden om jouw alcoholgehalte te kunnen vaststellen?
- A. Een bloedproef.
- B. Een urineproef.
- C. Een ademtest met een ademanalyse-apparaat of in sommige gevallen een bloed- of urineproef.
Bekijk het juiste antwoord en de uitleg
Juiste antwoord: C. Een ademtest met een ademanalyse-apparaat of in sommige gevallen een bloed- of urineproef.
Uitleg: Een ademtest met een ademanalyse-apparaat of in sommige gevallen een bloed- of urineproef.
Oefenvraag 4 · Alcohol en drugs
Wanneer geeft de ademtest ongeveer 0,2 promille aan?
- A. Na een standaard glas alcoholische drank.
- B. Na twee standaard glazen alcoholische drank.
- C. Na drie standaard glazen alcoholische drank.
Bekijk het juiste antwoord en de uitleg
Juiste antwoord: A. Na een standaard glas alcoholische drank.
Uitleg: Na een standaard glas alcoholische drank.
Genoeg geoefend? Test jezelf met een volledig examen van 65 vragen.
Start een oefenexamen